Pagina's

vrijdag 28 november 2014



Belevenissen van een gewonde oud-strijder van 2-II-8 R.I. 
                           Gevochten om en aan de Grebbeberg in Rhenen.


Foto is genomen in augustus 1935.

De twee dagen felle strijd als zijnde dienstplichtig soldaat van de 3e sectie 2-II-8RI (2e Compagnie 2e Bataljon 8e Regiment Infanterie) in de frontlinie van de Grebbelinie, welke mijn vader Jo Huntjens in mei 1940 aan de levenden lijve tegen de Duitse vijand [SS-Standarte Der Führer - o.a. Blitzkrieg Polen] heeft mogen ondervinden, is hem zijn gehele leven fysiek en psychisch bij gebleven. Bij tijd en wijle sprak hij in huiselijke kring over de meegemaakte verschrikkingen. Het gehele relaas hiervan heeft hij uiteindelijk toch omstreeks 1990 op papier gesteld. Met de bedoeling dat deze ooit in welke vorm dan ook zou worden gepubliceerd en ter nagedachtenis aan zijn gevallen dienstkameraden Jan Flint en Bennie Smits.  Helaas heeft hij mijn vader de publicatie van zijn relaas dit zelve bij levende lijve nooit mogen meemaken. Een gemaakte belofte maakt schuld.Na veel zoek- en speurwerk van mijn zijde en met de uiteindelijke medewerking van Stichting De Greb heeft dit toch uiteindelijk mogen gelukken. Het verhaal werd uiteindelijk enkele jaren geleden gepubliceerd op de gerenommeerde website Stichting De Greb.http://www.grebbeberg.nl/index.php?page=belevenissen-van-een-gewonde-oud-strijder-van-2-ii-8-r-i-2 Alwaar het verhaal van mijn vader Joseph Hubert Huntjens als zijnde het enige getuigenverslag van 2-II-8RI  prijkt tussen de vele andere artikelen en getuigenverslagen aangaande de meidagen in 1940. Dit Artikel 1 van Herken de Sporen uit het verleden is een verder onderzoek en suppletie hierop.
Uitreksel registratieve gegevens.

                                                door Joseph Hubert Huntjens 


                                                             Eygelshoven
Jo Huntjens vertelde het volgende.
Werd geboren op dinsdag 14 september 1915 op de Beckershof in de Laurastraat (Eygelshoven). 
Geheel links het huis waar Jo Huntjens werd geboren op 14 september 1915, welke gelegen was aan de Driesch, welke nu bekend staat als zijnde Laurastraat 15. Het geboortehuis ligt zeer nabij de Preekstoel (rechts op de foto). Bij de aangifte van Joseph Hubert Huntjens op het gemeentehuis in de Putstraat te Eygelshoven waren naast zijn eigen vader, de 39 jaar oude Jan Hubert Huntjens (mijnwerker/metselaar Laura -Vereening) eveneens zijn 40-jarige oom Peter Joseph Hubert (Sjef) Huntjens (beambte Staatsspoor) en de 53-jarige Pieter Joseph Habets aanwezig
Omstreeks de leeftijd van 12 jaar verhuisd naar Stegel no.16. Mijn ouders zijn daar naderhand een winkeltje begonnen. Nadat ik de lagere school had afgemaakt, ben ik begonnen met het venten van groente, fruit en aardappelen. Bij ons thuis was het leren of werken. Het werd werken. Met een trekwagen waarop de kisten stonden met groente, fruit en aardappelen heb ik door geheel Eygelshoven gevent. Na enige tijd werd er door ons voor fl. 1,80 een kar met twee pony's en tuig gekocht. Vanaf die tijd werd er naar de grossiersmarkt in Heerlen gegaan. Deze grossiersmarkt te Heerlen werd op dezelfde plaats gehouden waar momenteel de gewone markt wordt gehouden. In het begin werd ik vergezeld door mijn moeder. Nadien ging ik alleen. 's Morgens vroeg om 3.00 uur opstaan. De grossiersmarkt te Heerlen begon om 4.00 uur. Om 8.00 uur werd vlug wat gegeten. Vervolgens werd het paard verzorgd en de kar gereed gemaakt om de ganse dag te gaan venten. 

                                                                                                  

Wij waren bij ons thuis met 6 broers en 2 zusters.
Het gezin Huntjens-Welkenhuizen voor hun woonhuis Stegel 19, alwaar men aan huis een kleine winkel bestierde. Foto werd genomen plusminus 1927. Vlnr. vader Jan Hubert (Sjang) Huntjens welke werd geboren te Elsloo en als metselaar  werkzaam was bij de Steenkolenmaatschappij Laura en Vereeniging te Eygelshoven, Hubert Huntjens, Math Huntjens,  moeder Josephina Welkenhuizen, Lambert Huntjens, Lena Huntjens, Troutje Huntjens, Frans Huntjens, Sjeng Huntjens en Jo Huntjens.
Het paspoort werd afgegeven op woensdag 18 augustus 1937 door loco burgemeester P. Janssen, welke sedert september 1935 als loco burgemeester van de gemeente Eygelshoven fungeerde.
   


                                    Militaire diensttijd

Omstreeks mijn 17-jarige leeftijd diende ik me te melden voor mijn soldatenkeuring. Ik werd goedgekeurd.

Jo Huntjens in 1931 - 16 jaar oud.

Jo Huntjens - 17 jaar oud. Ten tijde van zijn militaire keuringen.

16 april 1935: Huntjens, Joseph - Geschikt.
Ingedeeld bij het 18e Regiment Infanterie.
De toenmalige diensttijd bedroeg 5½ maand. Omdat ik thuis niet zolang gemist kon worden heb ik mij de Vrijwillige Landstorm aangemeld. Hierdoor hoefde ik maar 6 weken in Arnhem te dienen. Hier tegenover stond dat ik in 1933 een jaar lang één keer per week diende te melden in het naburige dorp Nieuwenhagen ( = zaal H. Storms gelegen op het toenmalige adres Dorpstraat 26). Aldaar kreeg ik mijn soldatenkleren, geweer en uitrusting toebedeeld. Buiten de marsen welke wij deden werden ons de krijgshandelingen aangeleerd. In 1934 ben ik nog een jaar lang een avond in de week naar een school in Spekholzerheide dienen te gaan. Hier leerde ik Sjeng Coenen uit Simpelveld kennen welke later tijdens de Duitse bezetting in Valkenburg zou worden vermoord als zijnde verzetsstrijder.

Monument voor Sjeng Coenen en Joep Francotte die in de nacht van 5 op 6 september 1944 werden neergeschoten door de Duitsers.
Tekst op het monument welke is geplaatst op de Cauberg te Valkenburg.:
IN ONZE VRIENDEN SJENG COENEN
EN JOEP FRANCOTTE HIER OP
5-9-1944 GEFUSILLEERD EREN WIJ
ALLEN DIE VIELEN IN HET VERZET
Verder heb ik nog twee dagen in Maastricht dienst gedaan. De twee dagen werden gevuld met marcheren.
De Tappijnkazerne aan de Bisschopssingel te Maastricht, welke van 1919 tot 1940 gediend heeft als zijnde opleidingskazerne van het 13e Regiment Infanterie.Voor het gebouw ligt de cenotaaf van Generaal Bermardus Johannes Cornelis Dibbets, van 1832 tot 1839, opperste bevelhebber van de Vesting Maastricht, welke in 1927 voor het hoofdgebouw van de Tappijnkazerne werd opgericht. Ten tijde van de twee dagen dienst van Jo Huntjens te Maastricht, was aldaar eveneens gestationeerd Willem Pieter Landzaat, welke in de meidagen van 1940 zou sneuvelen op de Grebbeberg als zijnde commandant van I-8RI. In 1934 was deze als kapitein-adjudant aan het 13e Infanterie Regiment verbonden.
Nadien naar Arnhem waarvoor ik me had aangemeld. Aldaar deed ik mee aan de manoeuvres welke 6 weken zouden duren. Ik verbleef in de Menno van Coehoornkazerne.

Hoofdingang van de Menno van Coehoornkazerne te Arnhem. Zeer zeker zal Dpl. Jo Huntjens door deze ingang zijn gegaan.
Kantine van de Menno van Coehoornkazerne. Hoogstwaarschijnlijk zal Dpl. Jo Huntjens hier eveneens hebben vertoefd en/of eventueel biljart hebben gespeeld. Het voorval met J.H. Crapuls uit Nuth zou best wel eens in de kantine van de Menno van Coehornkazerne hebben plaatsgevonden.

In de Menno van Coehoornkazerne raakte ik slaags met een zekere Crapuls ** uit Nuth, eveneens een Limburger welke naar mij sloeg. Het voorval geschiedde als volgt. Bij een kaartspel, bij welke Crapuls niet meedeed, verraadde hij aldoor de kaarten. Toen ik hem hierover aansprak, haalde hij naar mij uit. Hierop heb ik hem ongenadig tegen de grond geslagen. Iedere keer wanneer we naar huis gingen zag ik hem kijken in welk treinwagon
ik instapte. Hij wilde ieder contact vermijden.  

 ** (Uit een krantenbericht in de Limburger Koerier van 22 mei 1940 bleek later dat deze Crapuls gewond was geraakt op de Grebbeberg. Het artikel vertelt: " In het Sint Elisabethgasthuis te Arnhem werd verpleegd J.H. Crapuls uit Nuth, schotwond rechterbeen en beenfractuur.") Blijkens een krantenbericht van d.d. 24 mei 1940 maakt J.H. Crapuls deel uit van 2-III-8RI (2e Compagnie 3e Bataljon 8e Regiment Infanterie),


Getuigschrift voor trouw aan de R.K. Militairen Vereeniging uitgereikt aan J.H. Huntjens afkomstig uit Eijgelshoven te Arnhem op dinsdag 3 september 1935. Getekend door Kapitein Verhoeven en kapitein ..... van het 8RI.
                                                        
Na mijn vervulde diensttijd van zes weken was ik weer terug thuis, alwaar ik allengs weer aan de slag ging met het verkopen van groeten, fruit en aardappelen.



                                                            Mobilisatie
 
Abusievelijk wordt hier de achternaam verkeerd gespeld. Deze dient te zijn Huntjens.
  
Abusievelijk wordt hier de achternaam verkeerd gespeld. Deze dient te zijn Huntjens.
 
In de periode van 19 februari 1940 tot 25 april 1940 werd Jo Huntjens ingespoten tegen typhus en paratyphus. Eveneens gevaccineerd tegen pokkken. Na zijn zakenverlof van twee dagen (1 keer in de twee weken) meldde Jo Huntjens zich bij zijn terugkomst te Rhenen kwartierziek. Hoogstwaarschijnlijk als gevolg van eventuele nawerkingen van de inentingen welke werden gedaan op het einde van de maand april 1940.

                                                          

Na twee dagen uit het burgerleven te zijn gestapt, vertrok ik met de anderen met volle oorlogsuitrusting naar Rhenen.Via Wageningen gingen wij de Grebbeberg op. Onze eindbestemming was de Lagere School aan de Nieuwe Veenendaalseweg nr. 49.
Openbare Lagere School - Nieuwe Veenendaalscheweg 49 te Rhenen.

Het was een zware dag. Toen we aldaar aankwamen waren wij zo vermoeid dat wij blij waren dat we konden uitrusten op het aldaar aanwezige stro. Iedereen kreeg een slaapplaats toebedeeld. Na verloop van tijd verkregen wij vier persoonskribben (twee onder - twee boven). Ikzelf lag aan een venster aan de voorkant van de school. Mijn dienstkameraad Jan Flint lag naast mij.

Vlnr. 3e: Jo Huntjens, 4e Jan Flint, 6e Hendrik Haggeman, 7e Hendrik Haggeman (zittend), 8e Jan Walraven (pot op hoofd), 9e Johannes Jansen (vooraan zittend), 10e ... Gudde (rossig haar). - De geweergroep in het hun toegewezen klaslokaal van de Openbare Lagere school - Nieuwe Veenendaalsche weg 49 te Rhenen. Soldaat Hendrik Gribbroek uit Winterswijk was tijdens opname van de foto niet aanwezig vanwege zakenverlof.
Deze foto werd gemaakt voor de ingang van de school aan de Nieuwe Veenendaalsche weg 49 te Rhenen, alwaar men had ondergebracht. Vlnr.staand 4e:Jan Walraven (gefusilleerd april/mei-staking 1943), 5e:Jo Huntjens, 7e Jan Flint (gesneuveld), 8e Hendrik Haggeman.(gesneuveld). Blijkens de sneeuw op de foto is de foto gemaakt tijdens de strenge winter van 1939/1940, in de periode van 15 december 1939 tot en met 20 februari 1940.
In de Kamppolder hebben wij vierkanten schotten gemaakt welke wij drenkten in de carbolineum. Je stonk er letterlijk naar. Het hout verkregen wij in een houthandel te Rhenen (De Stoomhamer).

Houthandel en Timmerfabriek De Stoomhamer te Rhenen.





De houten schotten welke werden gehaal bij de plaatselijke Houthandel en Timmerfabriek De Stoomhamer te Rhenen, werden zeer hoogstwaarschijnlijk opgeslagen in de magazijnen van het Ouwehands Dierenpark. Dpl. Jo Huntjens zit gehurkt in de laadbak van de vrachtwagen (rode pijl), achter Cornelis Willem Ouwehand (groene pijl), de toen reeds alom bekende directeur van de Rhenense dierentuin Ouwehand's Dierenpark.
Cornelis Willem Ouwehand, dierentuindirecteur (Rotterdam 31-7-1892 - Rhenen 7-5-1951). Zoon van Abraham Cornelis Ouwehand, sigarenfabrikant, en Pieternella Dirkje Gijsberta Verhoeff. Gehuwd op 23-4-1914 met Jacoba Hollaar. Uit dit huwelijk werden 1 zoon en 1 dochter geboren. Op 10 mei 1940, de dag van de Duitse inval, kreeg Ouwehand van Nederlandse officieren de opdracht onmiddellijk alle roofdieren af te maken. Bij een bombardement zouden deze immers kunnen losbreken en een gevaar betekenen voor de eigen manschappen. Het aanbod hiervoor een aantal soldaten met mitrailleurs te sturen, wees Ouwehand af; deze onaangename taak verrichtte hij liever zelf. Hoewel er een evacuatiebevel werd afgekondigd en alle burgers Rhenen moesten verlaten, bleef Ouwehand met enkele van zijn personeelsleden de overgebleven dieren verzorgen, totdat de plaatselijke bevelhebber zich gedwongen zag de schuilkelder als commandopost te vorderen. Nadat de strijd om de Grebbeberg was beslecht, keerden Ouwehand en zijn medewerkers naar het park terug. De gebouwen lagen in puin, maar het grootste gedeelte van de dieren bleek nog in leven. De dierentuin werd hersteld en de verzameling zo goed en zo kwaad als mogelijk aangevuld. Op 18 juni 1942, bij de viering van het tienjarig bestaan, kon Ouwehand's Dierenpark zijn poorten weer openen.

Verder maakten we loopgraven voor onze stelling in de Kruiponder voorbij de boerderij Koningskampen.

Stelling 3e Sectie 2-II-8RI voor de strijd.
Stelling 3e Sectie 2-II-8RI voor de strijd.
Buiten dit dienden wij verder wacht te lopen. Ikzelf heb wachtgelopen op de Grebbeberg. Het betrof autocolonnewacht. Hetgeen ik deed zonder munitie. Verder heb ik 's nachts wacht gelopen bij de school aan de Veenendaalseweg, waar wij ingekwartierd waren. Alhier is eens mijn geweer gebroken. De dagen verliepen zo in hetzelfde ritme. 
Toen de winter aanbrak kwam er ijs op de Grebbe. De Grebbe diende open te blijven, waardoor wij het ijs zaagden in schollen van twee vierkante meter en met haken aan wal trokken. Hetgeen wij deden zolang de winter aanhield.

Boerderij Kruiponder welke gelegen was aan de Grift / Grebbe.
Boerderij Kruiponder welke gelegen was aan de Grift / Grebbe.       



Het verwijderen van de ijsschollen uit de Grebbe nabij boerderij Kruiponder . 3e links staand: Adjudant Onderofficier J. Bison, Sectiecommandant 1e Sectie 2-II-8RI. Links boven op de foto, achter de dijk, enkele honderden meters verderop lag de geweergroep alwaar Jo Huntjens toebehoorde. Steunpunt 7 in de 3e Sectie van het 2-II-8RI, welke onder leiding stond van vaandrig Klooster.


Iedere dag gingen wij (onze geweergroep - plusminus 12 man) naar ons steunpunt, een stelling op de dijk, alwaar wij onze loopgraven uitgroeven en verbeterden. Iedere 14 dagen kreeg ik 2 dagen zakenverlof. Echter met het venten langs de deur was men bij ons thuis opgehouden. Tijdens mijn zakenverlof (hetgeen mijn laatste zou zijn) voelde ik me ziek, maar ik ben toch terug naar Rhenen afgereisd.


De oude stationshalte in Eygelshoven. Na 2 dagen zakenverlof te hebben gekregen reisde Jo Huntjens per trein terug naar Rhenen, alwaar hij gelegerd was bij het 2-8RI - welke onder bevel stond van majoor Johan Henri Azon Jacometti. Deze door zijn manschappen geliefde commandant zou op 12 mei 1940 heldhaftig met de blanke klewang in de hand in een tegenaanval op de Duitsers sneuvelen.

Na de urenlange treinreis vanuit zijn geboortedorp/woonplaats Eygelshoven kwam Jo Huntjens uiteindelijk aan op het Station te Rhenen. Op de achtergrond van de foto is de spoorbrug van de spoorlijn Kesteren-Amersfoort te zien. Deze spoorbrug, welke over de Neder-Rijn, verloopt, werd bij de Duitse inval op 10 mei 1940 door Nederlandse troepen opgeblazen.

Bij mijn aankomst ben ik op ziekenrapport gegaan. Men gaf mij kwartierziek te bed. Die nacht van 9 op 10 mei was groot alarm. Alles rukte uit, maar ik bleef alleen achter in de klas van de lagere school aan de Veenendaalscheweg.


                                                                    10 mei 1940

Om plusminus 4.00 uur werd ik wakker door het gebulder van het luchtafweergeschut. De kalk kwam van de muur en het plafond. Allengs ben ik naar buiten gegaan. Hier zag ik dat ze met een paar gevangenen aankwamen. Vervolgens ben ik naar binnen gegaan en heb mijn gehele uitrusting op de fiets gedaan. Deze fiets had ik bij mij om snoep naar de stelling te brengen. Snoep had ik altijd bij me. In de kast en in de ransel. Ik ben meteen naar de stelling gegaan. Ik ben niet op ziekenrapport gegaan. Bij mijn tocht naar de stelling zag ik een vliegtuig (bommenwerper) naar beneden komen. Tijdens mijn tocht naar de polder over de smalle holle zandweggetjes diende ik enkele keren dekking te zoeken in de berm (tegen de dam).

Er waren luchtgevechten bij de boerderij Koningskampen. Voordat ik bij de boerderij Koningskampen aankwam, kwam ik aan bij een straatversperring welke bewaakt werd door een soldaat. Deze liet mij door, door de versperring opzij te schuiven. Hier heb ik ook nog snoep gekocht. Geld had geen waarde meer. Ik ben toen verder gegaan en bij de boerderij Koningskampen heb ik mijn fiets in de schuur gezet. Van hieruit ben ik te voet naar mijn stelling gegaan. De afstand bedroeg 1.000 tot 1.200 meter. Daar aangekomen heb ik de snoep, welke ik bij me had, verdeeld. Ik stond bekend dat ik altijd snoep in mijn ransel had. Tijdens mijn zakenverlof bedienden degenen die in dezelfde klas bevonden zich van het snoep. Mijn kast stond open. Voordat ik het snoep had uitgedeeld was een vliegtuig zeer laag over het terrein gekomen.

                                      11 mei 1940
De munitie werd uitgedeeld en het was schieten geblazen. Op alles wat bewoog en op menig struikgewas. We gingen zo onze eerste nacht in. De hel was losgebroken. Lichtkogels op de Grebbeberg, gevolgd door hevig granaatvuur. Van slapen gaan was geen sprake. De hele nacht tot de morgen toe. Het werd alsmaar erger. De volgende morgen kon je zien dat Wageningen onder vuur werd genomen, want daar bevonden zich de Duitsers.

Tijdens de tweede wereldoorlog heeft de stad Wageningen zwaar onder vuur gelegen. In mei 1940 werd een groot deel van het centrum van Wageningen verwoest door eigen artillerie, die de Duitsers vanaf de Grebbeberg had bestookt.Tal van huizen en winkels waren verwoest of ernstig beschadigd. Een telling gaf aan: 112 panden geheel verwoest, 70 panden ernstig beschadigd, 74 panden hadden schade van betekenis en 128 panden waren licht beschadigd. Samen circa 400 panden, dat was een zesde deel van het totaal. De Grote Kerk was een ruïne: alleen de muren en torenromp stonden nog overeind. Verloren gingen o.a. het Politiebureau, de RK-pastorie, de Doopsgezinde Kerk, de Joodse Synagoge, de school in de Parkstraat, drukkerij Veenman en drukkerij Zomer en Keuning.

Tijdens de tweede wereldoorlog heeft de stad Wageningen zwaar onder vuur gelegen. In mei 1940 werd een groot deel van het centrum van Wageningen verwoest door eigen artillerie, die de Duitsers vanaf de Grebbeberg had bestookt.Tal van huizen en winkels waren verwoest of ernstig beschadigd. Een telling gaf aan: 112 panden geheel verwoest, 70 panden ernstig beschadigd, 74 panden hadden schade van betekenis en 128 panden waren licht beschadigd. Samen circa 400 panden, dat was een zesde deel van het totaal. De Grote Kerk was een ruïne: alleen de muren en torenromp stonden nog overeind. Verloren gingen o.a. het Politiebureau, de RK-pastorie, de Doopsgezinde Kerk, de Joodse Synagoge, de school in de Parkstraat, drukkerij Veenman en drukkerij Zomer en Keuning.

Tijdens de tweede wereldoorlog heeft de stad Wageningen zwaar onder vuur gelegen. In mei 1940 werd een groot deel van het centrum van Wageningen verwoest door eigen artillerie, die de Duitsers vanaf de Grebbeberg had bestookt.Tal van huizen en winkels waren verwoest of ernstig beschadigd. Een telling gaf aan: 112 panden geheel verwoest, 70 panden ernstig beschadigd, 74 panden hadden schade van betekenis en 128 panden waren licht beschadigd. Samen circa 400 panden, dat was een zesde deel van het totaal. De Grote Kerk was een ruïne: alleen de muren en torenromp stonden nog overeind. Verloren gingen o.a. het Politiebureau, de RK-pastorie, de Doopsgezinde Kerk, de Joodse Synagoge, de school in de Parkstraat, drukkerij Veenman en drukkerij Zomer en Keuning.
Op het uiterste steunpunt richting Veenendaal waar ik me bevond kwam niemand door. In de namiddag geraakte de munitie op. Mij werd opgedragen munitie op te halen in een depot welke zich in een steunpunt achter ons bevond. De afstand bedroeg ongeveer 50 meter. Door te kruipen geraakte ik heelhuids met de gevraagde munitie weer terug bij ons steunpunt. Daar aangekomen kregen we bezoek van een Duits verkenningsvliegtuig op welke ik eveneens heb geschoten.


Duits verkenningsvliegtuig - Fieseler Storch FI 156

 In het steunpunt was soldaat Bennie Smits degene welke zich bediende van de lichte mitrailleur. Ik bediende me van mijn Hembrug-geweer. Een geweer van oude makelij, welke 5 kogels kon bevatten. Menige kogel werd voorzien van een kruisje.

De Mannlicher M95 was het standaardgeweer van de Nederlande en Nederlands-Indische krijgsmacht vanaf 1895 tot en met de Tweede Wereldoorlog. Het geweer kent twee versies, namelijk de Mannlicher Karabij M.95 en het Mannlicher M.95 Gweer. In Nederland was de naam Mannlicher M95 en niet Steyr-Mannlicher M1895.

Op 4 december 1895 kreeg het Nederlandse leger officieel een nieuw geweer, de Mannlicher M95 , ter vervanging van het oud Beaumontgeweer met een kaliber van 11 mm. Het nieuwe wapen had een vijfschots magazijn en een kaliber van 6,5 mm.  De lading van de 6,5 mm patroon bestond uit rookarm kruit.
Het geweer M.95 was een wapen dat paste in de ontwikkelingen van die tijd. Het had een kaliber van 6,5 mm, een lengte van bijna 130 cm. en een gewicht van 4,2 kilogram. De vizierverdeling liep van vierhonderd tot tweeduizend meter. Het geweer was voorzien van een notenhouten kolf en lade uit één stuk. Op de bovenkant van de loop was een handbeschermer aangebracht, met een uitsparing voor het vizier.
De lichte mitrailleur was geplaatst achter een stalen plaat waarin zich een sleuf bevond. Enkele keren heb ik ook met de mitrailleur geschoten. 


                                         12 mei 1940
Niet lang nadat het Duitse verkenningsvliegtuig was verdwenen, kwam het granaatvuur. Het granaatvuur welke in de loopgraaf op de dijk viel, kwam als het ware op ons af. In een steunpunt heb je geen dekking. We moesten terugtrekken. Het moet ongeveer 19.00 uur geweest zijn. We hadden geen munitie. Eten en drinken hadden wij ook niet. Twee dagen hadden wij niets meer gegeten. Bij het verlaten van ons steunpunt was ik de voorlaatste. De laatste welke het steunpunt verliet was mijn vriend Bennie Smits, een jonge jongen met zwart krullend haar. Bennie Smits werd geraakt en is gevallen. We hebben hem achter moeten laten. Hetgeen ons pijn deed. Twee dagen met elkaar vechten en iemand zo achter moeten laten. Je kreeg de mogelijkheid niet om iemand mee te nemen in het helse gebeuren wat om ons heen gebeurde. Het was liggen en opstaan.



Bennie Smits en Jo Huntjens, op een foto welke is genomen nabij de Grebbebeg. Het insigne op de legermuts geeft aan dat Bennie Smits scherpschutter was. Beide soldaten bevonden zich ten tijde van de strijd van de vroege morgen van 10 mei tot aan de terugtocht op zondagavond 12 mei 1940 om 18.00 uur in hun toegewezen steunpunt 7 van Sectie 3 van 2-II-8RI, welke onder leiding stond van cadet-vaandrig Klooster. Aangezien cadet-vaandrig Klooster weinig tot geen leiding gaf, nam 1e luitenant Vos, de leiding over deze 3e Sectie.
                                                       

Bij het terugtrekken naar de boerderij Koningskampen heb ik mijn geweer onklaar gemaakt door de grendel eruit en de afsluiter eraf te halen. Mijn geweer heb ik weggegooid in een sloot. Mijn geweer had geen enkel nut meer, aangezien er geen munitie meer was. Vervolgens kwamen we aan bij de boerderij Koningskampen, welke geheel kapotgeschoten was. Door het gebeurde dacht ik er niet aan dat ik hier mijn fiets had gestald. We zijn verder teruggetrokken en kwamen bij een volgende boerderij alwaar zich een commandopost bevond. Hier werden we aangehouden doordat men ons de revolver/pistool op ons richtte. We zijn vervolgens richting Grebbeberg gegaan. Naar mijn denken was 1e Luitenant Vos hier ook bij.

1e Luitenant Herman Hendrik Cornelis Vos - Commandant 4e Sectie 2-II-8 R.I, werd geboren op 26 april 1910 te Apeldoorn. Na de Tweede Wereldoorlog werd H.H.C. Vos bij Koninklijk Besluit met ingang van 1 september 1951 benoemd tot burgemeester van Woerden. Ten tijde van zijn benoeming was hij burgemeester van Waarder, Barwoutswaarder en Rietveld
Artikel in het Geformeerd Gezinsblad van d.d. 2 september 1965 aangaande Herman Hendrik Cornelis Vos, voormalig 1e luitenant 2-II-8RI, alwaar Jo Huntjens toebehoorde. Deze luitenant noemt dpl. Jo Huntjens expliciet in zijn "Verklaring van de terugtocht uit de stelling van de 4e Sectie 2-II-8RI"- van d.d. 20 mei 1940.



Verklaring van 1e luitenant Herman Hendrik Cornelis Vos - commandant van de 1e Sectie 2-II-8RI waarvan dpl. Jo Huntjens deel uitmaakte. Binnen de 1e sectie was Jo Huntjens gelegen in steunpunt 7. De verklaring werd te Benschop op 22 mei 1940 aldus naar waarheid op verzoek van Commandant IVe Divisie opgemaakt en overhandigd aan aan Kapitein Wiersinga, commandant II-8RI.
















Uit het verhoor van 1e Luitenant H.H.C.Vos op dinsdag 11 juni 1940 blijkt dat de 3e Sectie waartoe de geweergroep (steunpunt 7) van dpl. Jo Huntjens toebehoorde onder leiding stond van vaandrig Klooster. Aangezien vaandrig Klooster niet veel leiding gaf, nam 1e Luitenant H.H.C.Vos ten tijde van de oorlogsdagen (10 t/m 12 mei 1940) de leiding over van vaandrig Klooster.




Deze tekening behoorde toe aan de verklaring welke op 20 mei 1940 naar waarheid werd opgemaakt door 1e Luitenant H.H.C. Vos. Het steunpunt van Dpl. Jo Huntjens behoorde toe aan de 3e Sectie van Cadet-vaandrig Klooster, en bracht vuur uit in Noord-oostelijke richting. Aangezien Cadet-vaandrig Klooster, blijkens het verhoor van dinsdag 11 juni 1940 van 1e Luitenant H.H.C. Vos, weinig tot geen leiding gaf, nam deze eveneens de leiding over van de 3e Sectie van 2-II-8RI.


De verklaringen van dpl.Huntjius (Jo Huntjens) en dpl. Arts beiden van 2-II-8RI werden op 20 mei 1940 opgetekend door Kornet E. Baron van Voorst tot Voorst ten tijde dat beiden werden verpleegd in Onze Lieve Vrouwen Gasthuisziekenhuis te Amsterdam.

Op de Grebbeberg aangekomen bemerkten we dat de loopgraven leeg waren. Er was niemand meer. Toen zijn we met hele troep teruggegaan. Toen we aan de rand van de Grebbeberg waren aangekomen, waar we voorheen ook waren geweest, hadden de zware mitrailleurs stelling ingenomen. Gelukkigerwijs wisten we het wachtwoord. Indien we dit niet hadden geweten dan hadden ze ons doorzeefd. Ze zagen ons niet aan voor Duitsers. Vervolgens zijn we weer teruggegaan naar de commandopost. Op dezelfde weg terug kregen we in een bocht granaatvuur. Ik zocht dekking langs de weg en werd vervolgens in mijn rechtervoet geraakt door een stuk ijzer van een granaat. Vervolgens werd ik door twee soldaten met een arm over de schouder verder gedragen. Bij de boerderij alwaar ook de commandopost was, werd ik achtergelaten in een schuur. Het was dezelfde boerderij/commandopost waar we eerder waren geweest (onder bedreiging van revolver). De commandopost was verlaten, er was niemand meer.
De rest trok verder. Ik ben vervolgens vanuit de schuur naar buiten gekropen waar een melkkan stond gevuld met ranja. Ik verging van de dorst. Vervolgens ben ik weer terug gekropen in de schuur. Na enig wachten werd ik opgehaald door een hospitaalsoldaat op een fiets. Zo goed als het ging ben ik achterop gaan zitten. Ik werd naar een hulpverbandpost, welke zich onder grond bevond, gebracht. Daar aangekomen zag ik dat dienstkameraad Arts werd geholpen. Deze had een halve voet af. 


Jo Huntjens en zijn dienstkameraad Arts, tijdens de mobilisatieperiode. Beiden zouden als gevolg van opgelopen oorlogsverwondingen terechtkomen in de ondergrondse hulpverbandpost. Beiden zouden via Driebergen, Utrecht uiteindelijk terecht komen in Amsterdam alwaar zij zouden worden verpleegd
Nadat men deze had geholpen was het mijn beurt. De dokter/chirurg maakte een kruisje of sneetje onder de rechtervoet en trok vervolgens een zeskantig stuk granaatijzer ter grootte van een duimtop uit de rechtervoet. Het stuk granaatijzer was via de binnenkant van mijn rechtervoet binnengedrongen en bevond zich aan de onderkant van mijn voet. Het stuk granaatijzer werd mij als aandenken meegegeven. Verder deelde de dokter mij mede dat ik altijd hiervan last zou ondervinden. Hetgeen ik hem niet had gevraagd. Ik was al blij dat het stuk granaatijzer was verwijderd.


                                                                 Epiloog
Nadat mijn rechtervoet goed verpakt was, werd ik middels een draagbaar in een vrachtwagen gebracht. Deze vrachtwagen vervoerde mij met anderen naar Driebergen. Aldaar aangekomen werden wij een gebouw binnengedragen (het Groot Seminarie).

Het grootseminarie Rijsenburg is een voormalig seminarie in Driebergen, gemeente Utrechtse Heuvelrug.
Het werd in 1856–57 in opdracht van mgr. Johannes Zwijsen naar een ontwerp van H.J. van den Brink voor ruim 106.000 gulden gebouwd op een gebied van 30 ha van het landgoed Sparrendaal dat Seminarieterrein is gaan heten. H.J. Tulder ontwierp de kapel. In 1968 werd het seminarie gesloten om vervolgens in 1984 te worden gesloopt.
We kregen daar een cognacje te drinken. Dat deed mij goed. Vervolgens werden we naar station Utrecht getransporteerd en in een trein van het Rode Kruis gedragen. 

 Interieur van de Nederlandse Rode Kruis-trein stammend uit de Eerste Wereldoorlog. De zieken wagon, met keurig opgemaakte stapelbedden. Deze foto werd gemaakt te Amsterdam in 1916.
 De trein had eindbestemming Amsterdam. Langs de spoorlijn stonden mensen te wuiven. In Amsterdam aangekomen werden we getransporteerd naar het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis aan het Oosterpark alwaar ik verpleegd zou worden.

Onze Lieve Vrouwe Gasthuisziekenhuis - Oosterpark 9 te Amsterdam, alwaar Eygelshovenaar Jo Huntjens werd verpleegd voor zijn verwonding welke hij opgelopen op zondag 12 mei 1940 bij de Slag om de Grebbeberg.
Ik heb in het begin bezoek gehad van een Zuster welke in het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis werkzaam was. Nadat ik enigszins kon opstaan ben ik naar de binnenplaats gegaan. Langs de omheining stonden veel mensen. Misschien waren het wel Joden welke medelijden met ons hadden. Na drie weken heb ik bezoek gehad van een broer en zus welke mij kwamen opzoeken. Enige tijd later kwam een andere broer mij opzoeken. Ze zeiden dat het zolang had geduurd eer ze thuis wat van wij hadden vernomen. Ze dachten dat ik gesneuveld was na de zware gevechten op de Grebbeberg.Eenmaal ben ik op ziekenverlof geweest. We konden wat invullen want we zouden bezoek krijgen van Seyss-Inquart. Maar ik was met ziekenverlof thuis in Eygelshoven. Ik kreeg een paar schoenen welke ze mijns inziens uit de winkels gehaald hebben. 

Arthur Seyss-Inquart (Duits: Seyß-Inquart), geboren als Artur Zajtich (Stannern, 22 juli 1892 - Neurenberg, 16 oktober 1946), was een Oostenrijks jurist en nazi-politicus.In 1940 werd hij rijkscommissaris (officieel voluit Reichskommissar für die besetzten niederländischen Gebiete) van het door de Duitsers bezette Nederland en in de Ridderzaal te Den Haag officieel door de Duitse Wehrmachtgeneraals, Nederlandse en Duitse ambtenaren ingehuldigd.Seyss-Inquart bevond zich onder de 22 oorlogsmisdadigers die tijdens het Proces van Neurenberg werden berecht. Hij werd op 1 oktober 1946 op drie van de vier aanklachten schuldig bevonden en ruim twee weken later ter dood gebracht
 Tot 30 juli 1940 verbleef ik in het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis-ziekenhuis. Die dag werd ik ontslagen. Toen naar huis.

Deze foto werd genomen op 30 juli 1940 in de Gordon Studios op het adres Kalverstraat 36 te Amsterdam, nadat Jo Huntjens definitief op dezelfde dag werd ontslagen uit het Onze Lieve Vrouwe Gasthuisziekenhuis te Amsterdam, alwaar hij verbleef nadat hij op zondagavond 12 mei 1940 gewond van het strijdtoneel werd weggevoerd.

Om de kost te verdienen ben ik weer begonnen met venten. Sukkelend ben ik begonnen. Er werd weer een paard gekocht. De aardappelen waren op de bon. Het was een sjouwerij. De groenten waren eveneens op de bon. Deze bonnen heb ik opgekregen. Iedere morgen vroeg weer op om met paard en kar naar de groentemarkt te Heerlen te gaan. De meeste keren werd niets verstrekt. Eerst kwam de Duitser, vervolgens de N.S.B'ers. Je werd je dan vaak niets verstrekt.


Erkenningskaart Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale - Nr. 15769 -'40
Erkenningskaart Groep Kleinhandelaren  van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale d.d. 15 oktober 1940 voor de Firma J.H. Huntjens - Stegel 16 te Eijgelshoven (Limburg).Deze erkenningskaart groep Kleinhandelaren (nr.57206) treedt in plaats voor de eerdere uitgegeven erkenningskaart groep Kleinhandelaren (nr.18935).



In die tijd had ik het geluk dat ik bij het agentschap van Heineken, welke gelegen was aan de Schaesbergerweg te Heerlen, bier en limonade kon verkrijgen. Hetgeen in die tijd bijna niet te verkrijgen was. Het geluk bestond dat mijn vriendin (mijn latere vrouw) aldaar werkzaam was. Op 9 mei 1942 ben ik in Simpelveld met haar in het huwelijk getreden.


Op zaterdag 9 mei 1942 trad Joseph Hubert (Jo) Huntjens te Simpelveld kerkelijk in het huwelijk met Maria Frissen welke op zondag 29 februari 1920 werd geboren te Merkstein (Duitsland) als zijnde een dochter van Johannes Wilhelmus Frissen en Maria Anna Jacobs, welke ten tijde aldaar als zijnde Nederlandse pachtboer werkzaam was. Op 9 mei 2002 had het 60-jarig huwelijkfeest plaatsgevonden. Echter door het onverwachte overlijden van Jo Huntjens op vrijdag 16 november 2001 in zijn nieuwe woonhuis Op den Driesch 79 heeft ondanks zijn vurige wens helaas niet mogen plaatsvinden. De foto werd genomen in de wei achter de boerderij van schoonvader Johannes Wilhelmus (Sjeng) Frissen te Simpelveld.


In 1943 diende ik me te melden voor het krijgsgevangenschap te Assen. De heenreis duurde 10 tot 11 uur. Een dag voordat ik me diende te melden heb ik bij burgers geslapen.
's Morgens diende ik me te melden in de desbetreffende kazerne.





Aangezien Jo Huntjens, geboren werd op 14 september 1915 en deel uitmaakte van het 8e Regiment Infanterie diende hij zich op donderdag 24 juni te melden in de Frieslandkazerne te Assen, waarbij hij zijn persoonsbewijs, de distributiestamkaart en voor zover mogelijk militaire identiteitspapieren diende te overleggen.
De Nederlandse Spoorwegen verleenden aan alle voor de aanmelding opgeroepen personen vrij vervoer voorde derde klas. Degenen, die tot aanmelding verplicht waren, moesten zich hiervoor vervoegen aan de loketten c.q. bij de stationschef, van het station van het vertrek. Aangaande de kleding. Voor zoveel mogelijk uniform, anders burgerkleding. Dringend werd aangeraden daagse en zondagse kleren, wollen dekens, ondergoed en extra-schoeisel, alsmede kookgerei en lepel mede te brengen. De gezamenlijke mocht niet meer bedragen dan twee normale handkoffers. Wie geen gevolg gaf aan de oproeping van de Wehrmachtsbefehlhaber in den Niederlanden,  te weten General der Flieger Friedrich Christiansen, of zich op andere wijze aan de terugvoering in krijgsgevangenschap te onttrekken, moest rekenen op de strengste maatregelen. Dit gold ook voor personen die de betrokkenen bij dergelijke pogingen steunden.
Op woensdag 23 juni 1943 is Jo Huntjens vanuit zijn woonplaats Eygelshoven naar Assen per trein, 3e klasse, afgereisd. De reis duurde 10 tot 11 uur. De nacht heeft hij door gebracht bij burgers in Assen. Ten tijde van het melden was zijn echtgenote hoogzwanger van het eerste kind (een dochter), welke op 25 augustus 1943 op het woonadres Hoofdstraat 27 te Eygelshoven geboren zou worden en nadien de namen Anna Maria Johanna (Annemie) zou krijgen. Mede met dank aan de vooraf verstrekte "Ausweis" van Eygelshovense burgemeester Funs Le Haen, mocht Jo Huntjens terug keren zijn hoogzwangere vrouw in Eygelshoven.


De Frieslandkazerne te Assen heette voorheen de Wilhelminakazerne. Aangezien de namen welke herinneren aan het Nederlandse Koningshuis werden verboden, werd de naam van deze kazerne in februari 1942 veranderd in de Frieslandkazerne.


Ik werd binnengeleid door 2 Duitsers. Eén voor mij met bajonet op het geweer en één achter mij. Toen ik binnen kwam werden twee "Ausweisen", welke ik bij me had, gecontroleerd. Eén Ausweis was van de Vakcentrale en van de N.S.B'er Burgemeester van Eygelshoven Alphons Le Haen. Beiden betroffen de voedselvoorziening. Ik kon gaan.


Vanaf 15 mei 1941 tot aan zijn benoeming als zijnde burgemeester van Hoensbroek was de, in het Eygelshovense dorp en in het verenigingsleven zeer bekende en gerespecteerde Funs Le Haen, burgemeester van de gemeente Eygelshoven.




Buitenkant persoonsbewijs van Joseph Hubert Huntjens.
Binnenkant persoonsbewijs van Joseph Hubert Huntjens, met de authentieke vingerafdrukken en stempel van het gemeentebestuur van Eygelshoven.






Vanaf 9 oktober 1942 tot aan 1952 werd door Jo Huntjens samen met zijn vrouw Maria Frissen een winkel getierd op het adres Hoofdstraat 27. Het huis annex winkel werd gehuurd van de familie Eydems (koster Eydems).

Op het adres Hoofdstraat 27 was Jo Huntjens en zijn vrouw Maria Frissen vanaf 9 oktober 1942 t/m 1951 woonachtig. Alhier werd aan huis, welke werd gehuurd van eigenaar Eijdems, een negental jaren een winkel bestierd.In 1952 zou het het gezin Huntjens-Frissen verhuizen naar Laurastraat 93 alwaar men een woonhuis met winkelruimte had gekocht.
Op het adres Hoofdstraat 27 was Jo Huntjens en zijn vrouw Maria Frissen vanaf 9 oktober 1942 t/m 1951 woonachtig. Alhier werd aan huis, welke werd gehuurd van eigenaar Eijdems, een negental jaren een winkel bestierd.In 1952 zou het het gezin Huntjens-Frissen verhuizen naar Laurastraat 93 alwaar men een woonhuis met winkelruimte had gekocht.

Naast het aan huis verkopen en het langs de deur venten van groente, fruit, levensmiddelen, werd eveneens bij kermisdagen in de jaren vijftig vis verkocht. De vis betrok men van Volendamse handelaren waarmee een decennialange vriendschap voor het leven werd opgebouwd. Op de foto staat 3e van rechts "vishandelaar" Jo Huntjens. Zijn echtgenote Maria Frissen staat 1e rechts. De overige personen achter de viskraam is personeel welke is worden ingehuurd. In latere jaren (jaren zestig/zeventig) verkocht Jo Huntjens zelfs in de aanloop naar het Kerstfeest toe zelfs kerstbomen aan menige Eygelshovenaar.
Buiten aangekomen ben ik spoorslags naar het station gegaan om de grote terugreis naar Limburg te aanvaarden. Thuis was men blij met mijn terugkomst. Vervolgens was het weer aardappelen sjouwen. Groente werd ons nauwelijks toebedeeld. En als je wat kreeg, dan had je voor een kleine groep wel wat, maar voor jezelf niets. Aardappelen waren er wel.
Na de Duitse bezetting werd de Oorlogs Invaliden Bond opgericht. Hier ben ik lid van geworden.

Joseph Hubert Huntjens werd op 3 februari 1947 lid van de Bond van Nederlandse Militaire Oorlogsslachtoffers Afdeling Limburg Zuid. Voor 10 jarig trouw lidmaatschap van de Bond, werd op 3 februari 1957 door het Bestuur va de Afdeling Limburg Zuid de Bondsmedaille voor verdiensten uitgereikt.

 Tot 1957 heb ik langs de deuren gevent. Ik ben toen hiermee gestopt omdat ik hiermee niet meer mijn kost kon verdienen. En vanwege mijn onderwijl slechte lopen. Mijn vrouw runde ondertussen de groeten- en levensmiddelenwinkel - Laurastraat 93.  

Ventvergunning voor Eygelshoven en Hopel - datum afgite 8 januari 1947.
Ventvergunning van J.H. Huntjens voor Finkenrath - geldig van 22 februari 1954 tot 1 februari 1955.

Jo Huntjens was in de jaren veertig t/m de jaren zeventig een bekend gezicht op de Eygelshovense weekmarkt. Hier is hij op een foto te zien welke is gemaakt in 1957/1958 samen met zijn oudste dochter Annemie welke tevens zijn oudste kind is.

Uitreksel uit het bevolkingsregister d.d. 17 juli 1956. Huntjens, Joseph Hubert geboren te Eygelshoven op d.d. 14 september 1915, woonachtig te Laurastraat 93 - van beroep groentenhandelaar.

Sedert 1952 t/m 15 april 1998 is, Laurastraat 93, het woonadres geweest van Jo Huntjens en zijn gezin (vrouw en 5 kinderen). Vanaf 1952 tot aan 1980, bij het bereiken van zijn 65-jarige leeftijd tierde Jo Huntjens alhier samen met zijn vrouw Maria Frissen zijn groenten- en levensmiddelenwinkel. Op het buuradres Laurastraat 95 was de slagerij van Mathieu Brull en zijn echtgenote Enny Speck gelegen, welke enkele jaren eerder al hun slagerij voorgoed hadden doen sluiten. Op woensdag 15 april 1998 verhuisde het echtpaar Huntjens-Frissen voor de laatste keer in hun leven naar een ander woonadres. Namelijk naar de bejaardenflat  - op het adres Op den Driesch 79, welke zeer nabij gelegen is nabij het geboortehuis van Jo Huntjens.
 Ik ben toen beginnen te werken op de plaatselijke steenkolenmijnen Laura en Julia. Aldaar werkte ik bovengronds. Ondankbaar werk heb ik hier verricht. Te weten in het ketelhuis, briketfabriek [mijn Laura]. Vijf jaar ben ik daar werkzaam geweest.

Eind jaren vijftig (1957/1958). Jo Huntjens, tijdens een winterse dag komende van zijn bovengrondse werkplek op de steenkolenmijn Laura op weg naar zijn andere werkplek bij de Steenkolenmaatschappij Laura en Vereeniging, het ketelhuis van de steenkolenmijn Julia. Te bereiken via het spoor dat liep over de Torenstraat. De foto werd gemaakt door de Eygelshovense fotograaf - hoffotograaf Steenkolenmaatschappij Laura en Vereeniging Joseph Zalar, welke geboen werd
op 19 januari 1890 in St. Georgen (Joegoslavië) en is overleden te Eygelshoven op 25 oktober 1958. Deze foto werd gebruikt in de jubileumuitgave (75-jarig bestaan Laura en Vereeniging) in het bedrijfstijdschrift Laura en Vereeniging, te weten Laurascope, in 1974.
Hierna heb ik bankwerkerswerk verricht bij de firma Vossen te Haanrade.




Nadien heb ik een jaar geen werk gehad. Een vergoeding werd door de gemeente Eygelshoven aan mij verstrekt. Ik werd gevraagd voor werkzaamheden in de Invalidenwerkplaats te Molenberg/Heerlen. Na enige tijd werd ik overgeplaatst naar een werkplaats te Beersdal/Heerlen. Nadien werd ik wederom verplaatst naar een kwekerij te Eygelshoven. Daar werd ik voor 80% tot 100% afgekeurd. Al de tijd dat ik werkzaam was heb ik groeten, fruit en aardappelen verkocht op de zaterdagmarkt te Eygelshoven. Dit ben ik blijven doen totdat ik 65 jaar werd.Een jaar later werd eveneens een punt gezet achter onze winkel.


Nadat in 1980 met de zaterdagmarkt werd gestopt, werd in 1981 definitief gestopt met de groenten- en levensmiddelenwinkel. De ruimte welke sedert 1952 tot 1981 dienst had gedaan als zijnde winkelruimte werd omgebouwd tot woonruimte.
 

Dat waren de belevenissen van een gewonde oud-strijder welke gediend heeft bij 2-II-8 R.I.

Joseph Hubert Huntjens overleed op 16 november 2001 te Eygelshoven in de leeftijd van 86 jaar.


               Het herdenken van de Slag om de Grebbeberg.
Jo Huntjens bezoekt wederom zoals vele voorafgaande jaren het Grebbekerkhof te Rhenen. Deze foto is hoogstwaarschijnlijk in het begin van de jaren zeventig genomen tijdens de jaarlijkse herdenkingen van de Slag om de Grebbeberg.
Bijschrift toevoegen

Jo Huntjens bezoekt wederom zoals vele voorafgaande jaren het Grebbekerkhof te Rhenen. Deze foto is hoogstwaarschijnlijk in het begin van de jaren zeventig genomen tijdens de jaarlijkse herdenkingen van de Slag om de Grebbeberg. 1e rechts Jo Huntjens met naast zich zijn schoonzuster Josephina Voorzee-Frissen en zoon Leo Voorzee welke woonachtig waren in Nijmegen.


Jo Huntjens bezoekt wederom zoals vele voorafgaande jaren het Grebbekerkhof te Rhenen. Deze foto is hoogstwaarschijnlijk in het begin van de jaren zeventig genomen tijdens de jaarlijkse herdenkingen van de Slag om de Grebbeberg. 1e rechts Jo Huntjens met naast zich zijn schoonzuster Josephina Voorzee-Frissen en zoon Leo Voorzee welke woonachtig waren in Nijmegen. In stille gedachten bij een overleden dienstmakker, dpl. soldaat Jan Flint uit Winterswijk.
In augustus, twee maanden voor zijn overlijdenop vrijdag 16 november 2001 was Jo Huntjens nog een laatste maal op de Grebbeberg. De twee dagen die hij met zijn dienstmakkers heeft gestreden bij de Slag om de Grebbeberg zijn hem een hele leven bij gebleven. Hier een laatste eerbetoon aan Jan Flint, naast wie Jo Huntjens in de vier-persoons kribben sliep, gelegen aan de raamkant van het klaslokaal in de Openbare School Nieuwe Veendaalscheweg 49 te Rhenen.



In augustus, twee maanden voor zijn overlijden was Jo Huntjens nog een laatste maal op de Grebbeberg. De twee dagen die hij met zijn dienstmakkers heeft gestreden bij de Slag om de Grebbeberg zijn hem een hele leven bij gebleven. Hier een laatste eerbetoon aan Bennie Smits, met wie hij samen in steunpunt 7 van de 3e Sectie 2e Compagnie 2e Bataljon 8e Regiment Infanterie heeft gestreden.





In augustus, twee maanden voor zijn overlijden was Jo Huntjens nog een laatste maal op de Grebbeberg. Nog één maal op de foto bij het monument van het 8e Regiment Infanterie. Hier samen met zijn jongste kleinkind, Britt Huntjens welke werd geboren op 10 september 1998. 83 jaar na de geboorte van Jo Huntjens op 14 september 1915.
Jo Huntjens bij zijn laatste bezoek aan de Grebbeberg in augustus 2001, samen met zijn jongste kleinkind - de 2-jarige Britt Huntjens (geboren te Heerlen op donderdag 10 september 1998) voor het monument bij de entree van het Militair Ereveld Grebbeberg.

Den Vaderlant Ghetrouwe - Blijf Ick Tot Inden Doot - zo luidt de tekst op het monument. Jo Huntjens heeft de slag om de Grebbeberg mogen overleven en een welbesteed leven mogen hebben. In tegenstelling tot al degenen die alhier liggen begraven en dit nooit hebben mogen ondervinden.


                                Toegekende onderscheidingen

Certificaat van het oorlogs-herinneringskruis met de gesp Nederland mei 1940 werd door het Hoofd van het Bureau Onderscheidingen van het Ministerie van Oorlog op d.d 8 juli 1957 toegekend aan de voormalig dpl. soldaat J.H. Huntjens van het wapen der Infanterie.








Oorlogs-Herinneringskruis met de gesp voor bijzondere krijgsverrichtingen, alsmede het modelversiersel met batons werd op 8 juli 1957 in naam van de de Minister van Oorlog toegekend door de Directeur Personeel Landmacht toegekend aan voormalig dpl. Soldaat J.H. Huntjens, van het wapen der Infanterie



2-tal herinnerinsspeldjes met opschrift "Grebbeberg Mei 1940 - 8RI ".













 

Burgemeester Jan Mans van de gemeente Kerkrade spelt oud-dpl. Jo Huntjens uit Eygelshoven, in het bijzijn van zijn echtgenoot en kinderen, in het gemeentehuis van Kerkrade een onderscheiding op.






























Om als zijnde oorlogsinvalide bij de Nederlandse Staat in aanmerking te komen, diende menig bezoek te worden gebracht aan Militaire Hospitalen, waaronder het Centraal Militair Hospitaal- Heidelberglaan 100 te Utrecht.






Bond van Nederlandse Oorlogsslachtoffers















Op 20 mei 1940 werd te Heerlen het 45-jarig bestaanfeest gevierd van Bond Nederlandse Militaire Oorlogs- en Dienst slachtoffers, afdeling Zuid. Menige BNMO-happening werd door Jo Huntjens en zijn echtgenote bijgewoond.





















Geen opmerkingen:

Een reactie posten